KenniscentrumAlgemene gynaecologieBehandelingen › Baarmoederverwijdering › Baarmoederverwijdering

Baarmoederverwijdering

Uterusextirpatie of hysterectomie

Een baarmoederverwijdering is een operatie die bij meerdere aandoeningen toegepast wordt. Redenen om voor een verwijdering van de baarmoeder te kiezen zijn:

Voorbereiden op de operatie

Patiënten die een baarmoederverwijdering krijgen, worden eerst opgenomen op de verpleegafdeling B2. Dit kan een dag van tevoren zijn, of soms op dezelfde dag als de operatie. Vier tot zes uur vóór de operatie mag de patiënt niet meer eten en drinken. Meestal worden vooraf een katheter en een infuus ingebracht.

De operatie

Er zijn meerdere methoden voor een baarmoederverwijdering. Welke methode wordt gekozen hangt af van de reden van de verwijdering, de grootte van de baarmoeder en of de eierstokken of baarmoederhals ook weggehaald moeten worden. De gynaecoloog overlegt met de patiënt welke methode het beste resultaat geeft en de minste risico's heeft.

Verwijdering van de baarmoeder via de vagina

Deze methode wordt gebruikt als de baarmoeder niet te groot is en wanneer de baarmoeder al iets naar beneden is gezakt in de vagina. Het voordeel van deze operatiemethode is dat er alleen bovenin de vagina een onzichtbaar litteken ontstaat en dat het herstel relatief snel gaat. Bij dit type operatie wordt de baarmoedermond ook weggehaald.

Verwijdering van de baarmoeder via de buikwand

Als een verwijdering via de vagina niet mogelijk is, vindt de operatie plaats via de buikwand. Meestal maakt de gynaecoloog een horizontale snee vlak boven het schaambeen (bikinisnede). Bij een grote baarmoeder of bij baarmoederkanker is soms meer ruimte nodig. Dan wordt een verticale snee gemaakt, van de navel naar het schaambeen.

Verwijdering van de baarmoeder met een laparoscoop

Een laparoscopische operatie is een kijkoperatie. De baarmoeder wordt losgemaakt met behulp van instrumenten die in twee kleine sneetjes in de buikholte worden gebracht. In een sneetje onder de navel, brengt de gynaecoloog een slangetje met een camera (laparoscoop) in. Als de baarmoeder is losgemaakt, wordt deze via de vagina of in delen via de buikwand met de laparoscoop weggehaald.

Na de operatie

Na de operatie verblijft de patiënt enkele nachten op de verpleegafdeling, afhankelijk van welke methode er is gebruikt. De blaaskatheter moet nog blijven zitten en vaak wordt een tampon in de vagina gebracht. Als de verdoving is uitgewerkt, kan er pijn in de buik en bij het litteken ontstaan, maar ook dit verschilt per type operatie.

Risico's en bijwerkingen

Vrouwen die een baarmoederverwijdering ondergaan kunnen hierdoor enkele complicaties krijgen.
  • Afscheiding. Het is normaal om na de operatie wat bloederige afscheiding te hebben. Dit gaat vanzelf weer over.
  • Nabloeding. Er kan een nabloeding in de vagina ontstaan. Dit gaat meestal vanzelf over, maar zorgt ervoor dat het herstel wat langer duurt. Als de bloeding lang aanhoudt, dient u contact op te nemen met de polikliniek Gynaecologie.
  • Problemen bij het plassen. Doordat de baarmoeder tijdens de operatie wordt losgemaakt van de blaas, kunnen er problemen ontstaan bij het ophouden van de urine. Dit gaat bijna altijd vanzelf over.
  • Moeheid. Vanwege het herstel na de operatie zijn patiënten vaak sneller moe.
  • Overgangsklachten. Patiënten die vóór de operatie nog niet in de overgang waren, kunnen na de operatie overgangsklachten zoals opvliegers krijgen.
  • (On)gevoeligheid van het litteken. Rond het litteken kan de huid ongevoelig of juist erg gevoelig zijn, doordat huidzenuwen zijn geraakt tijdens de operatie.
Meer informatie is te vinden in de folder Baarmoederverwijdering.