KenniscentrumAlgemene gynaecologieOnderzoeken › Diagnostische laparoscopie › Diagnostische laparoscopie

Diagnostische laparoscopie

Kijkoperatie in de buik

Een diagnostische laparoscopie (kijkoperatie in de buik), is een onderzoek waarmee de buikholte en de organen die erin liggen worden geïnspecteerd. Redenen om een diagnostische laparoscopie te doen zijn bijvoorbeeld onverklaarde buikpijn en het uitblijven van een zwangerschap.

Verloop van de ingreep

Voor een diagnostische laparoscopie worden patiënten één dag opgenomen in het ziekenhuis. De kijkoperatie vindt plaats op het operatiecentrum, onder algehele narcose.
De gynaecoloog maakt twee sneden van ongeveer 1 cm in de buik. De eerste snee wordt net onder de navel gemaakt. Met een holle naald wordt er koolzuurgas in de buik geblazen, waardoor er ruimte in de buikholte ontstaat. Dit is nodig om de buikholte goed te kunnen bekijken. Door dezelfde opening wordt daarna een kijkbuis (laparoscoop) ingebracht. De tweede snee wordt in de bovengrens van het schaamhaar gemaakt. Hierdoor worden andere instrumenten ingebracht. De gynaecoloog bekijkt de buikholte op een monitor.
Als bij het onderzoek ook de doorgankelijkheid van de eileiders wordt getest, wordt met een katheter via de vagina een blauwe kleurstof ingespoten. Met de laparoscoop is dan te zien of de kleurstof uit de eileiders loopt en of de eileiders dus goed doorgankelijk zijn.
Na afloop worden de sneetjes gehecht.

Na de ingreep

Na de laparoscopie gaat de patiënt naar de verpleegafdeling. Er worden pijnstillers toegediend als dat nodig is, omdat er na de operatie buikpijn kan ontstaan en soms ook schouderpijn als gevolg van het koolzuurgas.
De gynaecoloog bespreekt de bevindingen van de laparoscopie met de patiënt. Er wordt een afspraak voor controle op de polikliniek gemaakt.

Mogelijke complicaties

Hoewel het weinig voorkomt, is er een kleine kans op complicaties bij een diagnostische laparoscopie.
  • Er kunnen tijdens de operatie organen of weefsels beschadigd raken, zoals de urinewegen of de darmen. Soms is dit pas merkbaar na de operatie. Hierdoor duurt het herstel langer, maar de beschadigingen zijn goed te behandelen.
  • Soms ontstaat er een nabloeding in de buikwand of in de vagina. Dit wordt meestal door het lichaam zelf gestopt, maar bij een ernstige nabloeding kan een tweede operatie nodig zijn.
  • Er is een klein risico op het ontstaan van een infectie aan de wondjes.
  • Er is een kleine kans op trombose.
Soms blijkt tijdens de kijkoperatie dat het toch nodig is om een grotere operatie te doen. Er worden dan grotere sneden gemaakt en er ontstaat een groter litteken.
Meer informatie over de kijkoperatie in de buik is te vinden in de folder De diagnostische laparoscopie.


Deel deze pagina: